Varen in trapjes
- Wespen aan boord
- De ruimte van de Franse Ardennes
- Ontdekking in eigen land
- Ieder einde is een begin van iets nieuws
Van Asfeld varen we naar Rethel, een grotere stad, maar omdat de vuilbakken uitpuilen van de lege blikjes bier hebben we er geen goed oog in, en varen we weer verder.
Wilde gebaren
De sluis na Attigny wil niet openen, en dus leggen we de boot even in de kant om aan de sluis de centrale te verwittigen. Bij terugkomst aan de boot staat Rikske hevig te zwaaien. Ik vind het nogal een overdreven reactie, want zolang ben ik niet weggebleven. Maar het is niet het blijde weerzien, maar wel het feit dat we midden in een wespennest zijn gaan liggen dat haar zo hevig doet molenwieken.
We vertrekken zo vlug we kunnen en laten een wolk van razende steekbeesten achter. Hier begint de fameuze sluizentrap van het Canal des Ardennes, 27 sluizen op een traject van negen kilometer om en hoogte te overwinnen van 75 meter.
Na een redelijk lange dag komen we aan in Le Chesne. Er is juist een grote kermis, en 's avonds is er dansfeest.
Omdat we maar op een paar meter van een brug liggen nemen we het zekere voor het onzekere, en spannen we voor de nacht een groot zeil over de zonnepanelen en de voorruiten. Mocht er per ongeluk iets naar beneden "vallen", is de kracht toch gebroken. Lekkere pizza gehaald, goede muziek, maar loeihard en dus weinig nachtrust. Is compensatie voor alle nachten dat we in volledige duisternis en stilte hebben gelegen.
De ruimte van de Franse Ardennes
Het Canal des Ardennes is gewoon prachtig om door te varen. Overweldigende luchten en vergezichten. Het doet wat denken aan onze eigen Ardennen, maar dan uitvergroot! Maar aan alle mooie dingen komt een einde, en we varen wat later de Maas op. Niet dat hier niets moois te zien is, maar het is anders.
In Lumes komen we twee boten met oude bekenden tegen. In het dorpje is een bar-tabac-restaurant, en het menu staat ons wel aan. Dus we bestellen voor 's avonds voor zes personen.
Denkelijk oversteeg dit de capaciteit van de "eetzaal", want er zijn voor ons twee tafels van telkens drie personen gedekt in de bar. We verbouwen even deze opstelling en even later beginnen we aan een lekker maal. Tussen de krantenstaanders en de postkaarten hebben we nog een heel gezellige avond.
Ontdekking in eigen land
Vanaf hier is het weer bekend water, en dus weinig nieuws over te vertellen. We besluiten om in Dinant en Namen wat meer tijd door te brengen, en in één moeite door beslissen we om nog een ommetje via Nederland te maken. In plaats van in Namen de Samber op te draaien varen we rechtdoor naar Luik, en daarna naar Maastricht. Twee prachtige steden om te ontdekken!
Luik is een bruisende stad met veel bezienswaardigheden, en in Maastricht is er onder andere het Bonnefantenmuseum. In beide steden blijven we dan ook wat langer hangen, temeer omdat de haven van Luik naar Belgische normen goedkoop is (€ 6,50), en in Maastricht kan je aan een strekdam tussen twee bruggen gratis liggen.
Na Maastricht zetten we koers naar Maasmechelen. Voor de kooplustigen onder ons een waar paradijs, want de aanlegplaats ligt op wandelafstand van Maasmechelen Village. Een koopcentrum met merkkleding aan ongelooflijke prijzen. Veder liggen ook nog de aanlegplaatsen van Bocholt en Neerpelt, en van hieruit kan je via een zeer uitgebreid netwerk van fietspaden de omgeving doorkruisen. Hier komen we zeker nog eens voor terug. Niet alleen op doortocht, maar om een wat langere periode door te brengen in Limburg.
Ieder einde is een begin van iets nieuw
En zo gaat het verder via Turnhout en Schoten naar Lier, om via de tijsluis van Duffel terug in Mechelen te belanden.
Hier is de rust voorbij.
Binnen een maand komt een firma de boot isoleren met PU-schuim, dit wil dus zeggen dat we het halve interieur moeten demonteren!
Maar dan is er weer de winterperiode aan zee, en de lange strandwandelingen en het plannen van de volgende reis.
Waarschijnlijk richting Straatsburg en Rijn, Moezel en ook Nederland.
Maar daarover horen jullie later weer meer.
Kussen en groetjes,
Mark en Rikske.
|