Extra Kumbi-bemanning ontdekt de pracht van de Morbihan
29/7/10
Hier liggen we dan terug in Le Crouesty, aan de ingang van de Golfe de Morbihan. Vorige zaterdag ben ik hier vertrokken midden in een zeilwedstrijd (!) richting La Roche Bernard, helemaal in het oosthoekje van de Bretonse kust. Er was weer weinig wind maar we hebben het toch allemaal gezeild, samen met m’n blauw-geel ballonzeiltje dat het met zo’n windje en zo’n richting (achterlijk dus) heel goed doet. Eigenlijk heb ik gewoon gespinnakerd en met een kleine vijf knopen bereikten we tegen 17.00 u. de monding van La Vilaine. Het liep tegen hoog water en dat was wel nodig anders lopen we daar vast. En daar wil ik niks van weten. Drie keer op de Scheldebanken is wel genoeg.
Dus met de nodige zenuwen volgde ik stipt de boeienlijn tot aan de sluis van de Barrage d’ Arzal.
Het licht stond op groen en ik kon gelijk binnenvaren tussen een paar boten in. Half zes en ik dacht: “Joepie, over een half uurtje zijn we hierdoor!” Dag Jan.
Aanmonsteren in een Ardens dorpje
Pas om 20u.00 gingen de deuren open aan de landzijde. Tijd genoeg om te socializen met de andere zeilers, meestal Fransen, uiteraard. Bij het buitenvaren had mijn buurman motorpech en dus gingen we gekoppeld buiten. Nadien meerde ik de onfortuinlijke zeiler netjes langszij de steiger van de eerste jachthaven aan, heerlijk kalm, en gooide de Kumbi terug los om gezwind naar La Roche Bernard te varen. Ons Rogeke kan dan toch zijn 3000 toertjes maken. Tegen 21u.00 lagen we vastgemeerd . De rivier is sprookjesachtig, rustig, groen en veel bootjes. La Roche Bernard is precies een Ardens dorpje met een feeëriek decor aan die prachtige rivier.
’s Anderendaags verwachtte ik Dirk en Domi en met open armen kon ik ze tegen de middag ontvangen. Dit wordt de eerste keer dat ik niet meer alleen op Kumbi ben.
Het weerzien was hartelijk en warm. Het weer eerst wel wat regenachtig, later klaarde het helemaal op en als de zon schijnt is het toch overal heerlijk.
We organiseerden ons aan boord en dat liep allemaal lekker vlot. Maandag gingen we eerst met de auto boodschappen doen. De plaatselijke Carrefour ruikt misschien nog naar martini en porto, want we hebben er twee flessen laten vallen.
Doorvaren met het getijde
s’ Middags vertrokken we terug zeewaarts. In Arzal, vlak voor de sluis legden we aan om vol te tanken. We wilden er de nacht blijven maar bij nader inzien en na de uren van de sluis te hebben nagekeken zijn we nog diezelfde avond erdoor gegaan en hebben we overnacht aan de wachtsteiger aan de zeekant. Met permissie van de sluiswachter. Het was hoogwater om 07.00 en de sluis opende pas om 08.00, vandaar.
Dus de volgende morgen bij het ontwaken zijn we de monding afgevaren en tegen half tien lagen we geankerd in een baai met genoeg diepte zodat we rustig konden ontbijten.
Het was mistig en er was geen wind. Kort na de middag klaarde het echter wel op en zetten we koers naar L’ Hoëdic, een eilandje aan de zuidkant van La Baie de Quiberon. Opkruisen, jongens, dus de afstand werd zowat dubbel. Tegen de wind in moet ook een serieus zeiljacht als de Kumbi laveren. Vlugger dan we ingeschat hadden bereikten we het eiland. Er waren al tientallen jachten voor ons voor anker gegaan. De wind bleef doorzetten en de Kumbi danste op de golven. Geen erg, een goede training voor de zeebenen.
De avond werd alweer ongelofelijk sfeervol. Er kwam een volle maan bij en de omgeving veranderde compleet met de waterstanden. Binnen twee dagen is het ‘grand coëfficiënt’, dus springtijd. Wij genieten met bakken.
Ontbijt en zeewater
Na een goed gewiegde nachtrust en ontbijten we in de kuip. We gooien Kumbi-ke overboord en na eerst een poging tot roeien beslisten we er het buitenboordmotortje erbij te hangen. Dirk en Domi brommen naar de wal. Ik blijf aan boord en geef haar een flinke zeewaterdouche. Niet te geloven hoe zeewater reinigend werkt. Ze zag nog nooit zo wit. Naspoelen met zoet water is voor later in de jachthaven. D & D brengen vers brood mee terug en na de lunch gaan we anker-op. Koers naar Le Crouësty dat we na een paar uurtjes met een knik in de schoot (de wind komt dan iets voorlijker dan dwars in) bereiken.
Het voordeel is dat ik de haven al ken van voordien. De heerlijke douches hoe het gaat met de 220V walstroom. ’s Morgens echter lijkt het of we geen stroom meer hebben. Wat is dat? Is "den draad” schuldig? We blijven hier dan maar liggen, want dit is een ernstige zaak. Pas ’s namiddags is de elektronicawinkel open om "den draad" te laten testen.
Wie vaart er de jachthaven in? Jawel, mijn goede vrienden van in L Aber Wrac’h met de Mahé. Met hun "draad " krijgen we wel stroom. Dus het ligt weldegelijk aan onzen "draad".
Tijdens de lunch controleert Lieven van de Mahé de boel. Joepie. Het werkt, kapitein, het werkt! Ik wreed content, vanavond wordt dat gevierd op de Kumbi en morgen trekken we verder.
Bestemming Belle Ile, de naam zegt het al wel, ’t is er héél schoon. We gaan dat dus eens bekijken..
Chris Kumbi en ook Domi en Dirk
|