Apotheose in Ster Vraz
A/B Kumbi 30/8/10
‘t Is gelukt, we zijn terug op Kumbi gearriveerd op 25 augustus. Dank zij m’n goede vrienden Peter en Marie-Laurence zijn we snel met de auto terug kunnen rijden naar La Roche Bernard waar Kumbi rustig op me wachtte. Wat was ik blij van terug op m’n bootje te zijn. Alles bleek prima in orde en ik zou dezelfde dag nog willen vertrekken maar het weer besliste anders. Het regende en waaide nog tot vrijdag. Toch ging de tijd snel voorbij in het gezelschap van Peter en Marie-Laurence die bezoek hadden van hun Franse familie , ambiance verzekerd!
Ook gingen we op bezoek bij Cypriaan, een Belg die hier woont met een zeer boeiend zeilverleden. Zonder veel bravoure vertelde hij over zijn avonturen. En wij maar luisteren.
Vrijdag was het dan zover en vertrokken we met 3 boten, inclusief die van Cypriaan die hier ligt. Passage van de Tam-tamsluis kan rond 16u00. Nadien legden we aan bij de ponton, buiten, tot de volgende ochtend. De tij zou genoeg gerezen zijn om de monding van de Vilaine af te varen.
Gelikt door een golfje
De volgende morgen ging de Argos van P&ML als eerste weg, want zij wilden naar Piriac. Om dat aan te lopen moet je ook hoogwater onder de kiel hebben.
Om 08.00u was het onze beurt en na een gezamenlijke koffie liepen Kumbi en Avel Mor van Cypriaan broederlijk richting zee. Er stond erg weinig wind maar we hadden de tijd. Wat was het weer genieten van terug op zee te zijn!
We stevenen richting Hoedic, waar ik met Domi en Dirk ook voor anker heb gelegen. Het werd rustig zeilen en tegen 14.00 kon ik het anker laten vallen, niet ver van de vorige meerplaats en niet te ver van de Avel Mor die er al lag te wachten. Na shipshape en late lunch ging Kumbi-ke te water met buitenboordmotor (natuurlijk niet zonder moeite erop te krijgen) en tufte ik naar Cypriaan en samen ging het richting strand. Net voor uitstappen kwam er een flinke golf over.
De wandeling begon dus in een natte broek. We stappen het eiland rond, adembenemend mooi. De mensen gaan te voet, want er rijden geen auto’s. Er ligt een heel klein dorpje met dito kerkje en een oud fort, verrukkelijk typisch. De kust is erg gevarieerd. Alles ademt peis en vree. Heerlijk.
Landelijk leven aan boord
We streken neer op ’t terras van zo ongeveer het enige café waar het gezellig rumoerig was en waren en passant getuige van een passerende huwelijksfeest. Spontaan begon iedereen te applaudisseren toen de bruid voorbijkwam, uiteraard te voet. Na een drietal “petites bieres” slenterden we terug naar het strand waar Kumbi-ke ons terug naar boord bracht. Er werd op Kumbi gekookt en al bij maanlicht bracht ik Cypriaan terug naar Avel Mor met de belofte dat ik ’s anderendaags om ‘du pain’ ging gaan… euh… varen.
De opgestoken 5bft liet de Kumbi s’nachts heftig rollen en stampen. Dus geen oog dicht gedaan. Het zondagse gekleppel van de kerk riep ons terug naar het dorpje, met kleine oogjes. De wind was gelukkig gaan liggen, dus deze keer geen natte broek. Het dorp lag toch verder dan verwacht en vergde dus een flinke ochtendwandeling voor ik met mijn twee baguetten terug was.
Op de Avel Mor wachtte de koffie. Rond 11.00u gingen we ankerop en voeren samen weg van dit toch wel erg lieflijke eiland op weg naar Ster Awen, een kleine baai iets zuidelijk van Les Poulains, de westpunt van Belle-Ile.
In de scheuren van de apotheek
Eerst op motor door de passage tussen de eilanden Houat en Hoedic, respectievelijk Eend en Eendekuiken vrij vertaald en dan aan de wind verder. Als ik vlak voor de kust van Belle-Ile overstag wil gaan, vraagt Cypriaan me om de zuidkust te nemen. Hij heeft veel meer ervaring dan ik dus volg ik z’n raad. De bestemming is Stern Vraz, een fjord, maar dan op z’n Bretoens. Zo zijn we helemaal rond het eiland gevaren. Aan de zuidkust wordt de zee ruwer, we moeten hoger sturen en de pret is er gauw af.
De golven beuken op Kumbi in. Die kraakt en steunde maar loopt toch dapper door (uiteraard).
Dan steken we een heel eind in zee en tegen 16.00 klappen we terug richting kust, liefst zo scherp mogelijk. Wat een schip! Kumbi hakt in één rak tot aan de baai, de aanloop van de fjord waar we naartoe willen. Bien fait, mon chèr. Maar er staat echter zo’n stevige deining door de binnenrollende golven, dat ik er niet alleen door durf.
Met gereefd grootzeil en ingerolde genua maken we slagen tot wanneer Cypriaans’ Avel Mor er aankomt. Even denk ik door te varen naar Sauzon, achter de kaap, maar dat is toch niet erg collegiaal.
Gelukkig duikt hij op en samen trotseren we de golven en varen de baai in. Ondanks de gereefde Kumbi lopen we nog steeds te snel. Een stormrondje draait uit in een klapgijp. Dat komt ervan als je je gids wil laten voorgaan, Christine. Het lummelbeslag krijgt een knauw. We zijn amper de baai binnen of de zee kalmeert onmiddellijk. Maar het blijft spannend. In het nauwe vaarwater moet ik tussen drie geankerde jachten manoeuvreren, ook mijn anker droppen en een lijn naar achter tot op de rotsen uitbrengen. Nu komt de ervaring van Cypriaan goed van pas, hij komt ook nog eens met zijn boot langszij liggen. Ik tril op mijn benen van de inspanning en de schrik, maar de beloning is fantastisch.
Zo mooi!! Langs weerszijden rijzen de rotsen statig en woest de hoogte in.
Ster Vraz, dus. Een echt piratennest, en toch heel rustig. Een ligplaats omringd door een met de wind platgeslepen plateau die ze hier de apotheker noemen. Ik kan m’n oren en ogen niet geloven. Dit is werkelijk een waardig orgelpunt van mijn trip rond Belle-Ile en in deze buurt. We eten “pekesstoemp” met spek op de Kumbi en genieten van een welverdiende nachtrust in dit hallucinant decor.
Zeilerswegen scheiden
De volgende morgen stuurt Kumbi-ke ons naar de wal. We gebruiken geen peddels of de motor, we trekken ons avontuurlijk gewoon langs het meertouw dat tot aan de rotsen loopt voort.
De wandeling boven op de klippen was, ja alweer, adembenemend mooi. M’n fototoestel maakte overuren en een paar videootjes kunnen er ook bij. Als ik voorover buig om ankerop te gaan kan ik de schrammen in mijn benen tellen.
Mijn bestemming wordt Lorient want Kumbi heeft reparatie nodig. Door de klapgijp van gisteren heeft het lummelbeslag (de scharnierverbinding van de giek met de mast) het begeven en dus kan ik het grootzeil niet meer optrekken. In Lorient zal ik het kunnen laten herstellen. We varen samen de baai uit. De zee is erg gekalmeerd, wat een verschil met gisteren. Cypriaan vaart terug oostwaarts. Het afscheid was zoals in “a sailorsway…” drie keer flink zwaaien en algauw werd Avel Mor slechts een stip aan de horizon. Kumbi ging nu eens vlug, dan weer supertraag over de rustige zee met alleen haar genua en tegen de avond bereikte ik Lorient. Het weer was prachtig, zelfs warm.
Nu ben ik echt terug alleen op schok maar we zijn flink opgeladen en hopelijk duurt het oponthoud niet te lang hier zodat ik over een klein weekje of zo jullie weer meer mag en kan vertellen.
Heel veel liefs, groetjes en knuffels, voor elk wat wils, bij leven en welzijn tot gauw
Chris Kumbi
|