Zeilen tussen de maritieme geschiedenis
2 augustus 2010
Een week geleden verlieten we Le Crouësty en voeren door de toch wel smalle ingang van de Golfe du Morbihan, een prachtig zeilgebied, vol eilandjes die het varen wel erg boeiend maken, vooral om er de juiste weg door te vinden. Met Kareltje als uitstekend hulpmiddel maar ook een detailkaart van de regio, die Paul en Betsie van de Mermaid me hebben geleend, wel echt te doen.
We konden de hele route afzeilen met een mooi achterlijk windje. En tegen 13u00 kwamen we aan de draaibrug die ons nog scheidde van de invaart van Vannes, een van de mooiste stadjes van Bretagne met een rijk verleden wat je alleen al aan de gebouwen kunt zien. Je kan helemaal tot in de stad varen en bijgevolg zowat direct in de omgeving van het centrum liggen.
Eigenlijk lagen we wat vastgelopen aan dat steigertje maar het water kwam toch op en om 14.00 u ging de brug open en als eendjes achter elkaar tuften we met nog heel wat boten de haven in.
Drukte in Bretagne
Na shipshape en aangifte in het havenkantoor togen we op weg maar er bleek braderij te zijn en enorm veel volk in de straten, zo konden we de huizen en pleinen niet echt bewonderen en daar kwamen we toch voor. Geen erg, morgen is er nog een dag. Na het avondeten gingen we weer op weg en waren zodoende getuige van een live concert van een Bretoense volksmuziekgroep die gewoon op straat een voorstelling gaven, met vooral doedelzakken en andere minder bekende blaasinstrumenten.
’s Anderendaags liet de zon ons in de steek en met regenjas en paraplu hebben we de route des remparts gedaan. De stadsomwalling, dus. Vannes heeft echt nog middeleeuwse allures, met torens en een kollossale stadsmuren. Het doet me aan Brugge denken. We kwamen dwars door de stad terug langs de historische route en bewonderden de erg oude huizen en straatjes. Eindelijk heb ik een outfitje gevonden voor m’n liefste kleindochtertje, natuurlijk in marinestijl. Nog wat proviand ingeslagen en ’s namiddags verlieten we Vannes zoals we waren gekomen, in eendepas. We voeren de golf terug in, dit maal op motor met de toch nogal stevige wind op kop. Het was er erg druk, surfers, zeilboten, motorjachten, kayaks,

dinghy’s en dat vaart hier allemaal door elkaar.
Pittig zeilen
We zetten het grootzeil met 2 reven, het waaide wel echt en we wisten dat, eens de golf uit, we aan de wind moesten zeilen naar Port Haliguen, aan de andere kant van de Baie de Quiberon. En ’t was tof zenne, eigenlijk viel het goed mee. Kumbi gedraagt zich goed , dus het vertrouwen in m’n bootje steeg weer serieus, mede ook door het advies van Domi.
In drie slagen bereikten we de haven maar bij het binnenvaren was er een tegenligger die me letterlijk de weg versperde. Onze bakboordkant wordt nu gesierd door een ferme kras, die na aankomst onmiddellijk werd gerepareerd met plamuur, kwestie dat er geen vocht in de gelcoat kan dringen. De andere schipper, die eigenlijk in de fout was, liet zich niet zien.
Is Hornblower aan boord, monsieur?
De volgende dag gingen we op weg naar Lorient, weer aan de wind, iets minder dan gisteren. Steeds werden we vergezeld van de zon maar toch is het fris aan boord en konden we een trui goed gebruiken. In de late namiddag bereikten we Lorient en wat was ik gelukkig want de “Hornblowerboot” die we een week geleden in Le Palais op Belle-Ile hadden gezien, lag er ook. We lagen er zelfs vlakbij. Met m’n stoute schoenen ben ik gaan vragen of we het van nabij mochten bekijken en we werden prompt door de kapitein uitgenodigd. Het schip heeft wel degelijk gefigureerd in de serie van mijn held dus ik overgelukkig. (*zie noot onderaan)
Het waren Keltische feesten in Lorient en na een heerlijk etentje gingen we de kraampjes af en genoten van de tientallen muziekoptredens die overal te zien en vooral te horen waren, tot diep in de nacht.
Hoe veel water blijft er om te ankeren?
De volgende morgen verlieten we ook deze stad en nu met de wind vanachter ging het gezwind terug oostwaarts. Wat gaat dat toch veel vlugger, met weer een zalige zon die alles zo heerlijk mooi maakt. De zee diepblauw, gesierd door talloze schapenstipjes op de golven. In de namiddag bereikten we het eiland Houat waar we het anker lieten vallen temidden van wel een zestigtal anderen boten die met dezelfde intentie als wij in de luwte van het eiland bescherming en rust zochten van de toch wel stevige wind. Het was hoogwater bij aankomst en het water ging dus zakken. Tegen slapenstijd hadden we nog 80 cm onder de kiel. Ondergetekende bleef dus maar op tot het tijdstip van laagwater (23.30) en gelukkig zakte het niet verder dan 20 cm. Weer een les bijgeleerd ten koste van wat nachtrust!
Gelukkig mocht ik genieten van een ontzettend heldere nacht met duizenden sterren , goed te zien, zonder lichtvervuiling. Zelfs één vallende ster kreeg ik cadeau.
De volgende morgen lieten we Kumbi-ke te water en ondanks de miezerige regen, die wel verdween , vaarden we naar het strand, zochten enkele mooie schelpen en bezochten het meer dan lieflijke dorp. Er wonen een driehonderd mensen permanent op het eiland maar nu liepen er veel vakantiegangers rond. Toch bleef het er een vredige sfeer waar we volop van genoten. We keerden terug en pas toen zag ik dat we de roeispanen van Kumbi-ke op haar grote zus hadden achtergelaten! Gelukkig deed de buitenboordmotor het zonder sputteren en bereikten we zonder moeite onze trouwe boot. Na de lunch gingen we anker op en vaarden met kompleet achterlijke wind naar de monding terug van La Vilaine,het grootzeil helemaal uitgevierd en de genua uitgeboomd. Pitou hield ons mooi op koers, voilà, zo makkelijk is dat.
Leve de petroleumlamp
Weer netjes tegen hoogwater bereikten we de monding en helemaal onder zeil de sluis. Daar wachtte ons een verrassing.. tientallen boten lagen er te wachten. Het was al halfdonker als we ze doorgingen en we vaarden de rivier op met de navigatielichten al aan. Het was nog flink bewolkt ook. Net voor volslagen duisternis pikten we na drie pogingen een boei op zomaar ergens langszij, erg spannend en inspannend in die stroming maar het lukte en die avond hadden we om 23.00 u ons avondmaal onder het warme schijnsel van de petroleumlamp. Op de Kumbi zijn we zuinig met elektriciteit om de accu’s te sparen. Alleen in een haven kan je walstroom krijgen en dat was alweer geleden van in Lorient. In Port Haliguen was er geen stekker vrij.
Het werd zowat de rustigste nacht ooit, ondanks de regen. En de volgende morgen ging het naar Laroche Bernard waar we tegen de middag eindelijk mijn grote broer André met open armen konden verwelkomen aan boord. Diezelfde middag zetten we koers stroomopwaarts naar het stadje Redon en zo ligt momenteel Kumbi in ’t binnenland van Bretagne.
Straks varen we terug naar Laroche Bernard en zal ik mijn geliefde bootje-huisje achterlaten voor een dikke week Antwerpen.. Ik tel al af naar vijf en twintig augustus om de reis verder te zetten.
Jullie ook?
Chris Kumbi en ook Domi en André
Noot: Christine heeft het hier meer dan waarschijnlijk over de Etoile du Roi. Dit is een kopie van een 18De eeuws fregat. Oorspronkelijk heette deze replica de Grand Turk die als HMS Indefatigable de in de TV reeks van Hornblower figureerde. Kenmerkend is dat de ene helft als Royal Navy fregat geschilderd was, de andere als de Franse Papillon. Omdat deze schepen werden gekaapt en dus geregeld van vlag wisselden, is de vergissing mogelijk dat zowel de Britten als de Fransen als ‘van hun’ aanzien.
Als Etoile du Roi voert de Franse chartermaatschappij haar ook op als kopie van de Franse Koninklijke of Napoleonistische marine.
|