Wil Muphy weer van boord gaan?
A/B Kumbi 11/9/10
Kumbi ligt nu in St. Quay Portrieux. Dat zou zowat de laatste Bretoense haven zou zijn voor we oversteken naar de Kanaaleilanden. Maar voordat we hier waren…
De magie van het Bretoense zee-landschap
We zijn op 6 september ’s namiddags, toen het eindelijk opgehouden was met regenen en de zon er doorkwam vertrokken vanuit Morgat en zeilden de baai van Douarnenez uit om rond het schiereiland van Crozon te varen en alzo Camaret aan te lopen.
Het was echter opkruisen en dan duurt het altijd veel langer uiteraard. Op zich geen probleem, het was een leuke wind en met toch wel één rifke in ’t grootzeil liep Kumbi best goed. Na overstag te zijn gegaan vaarden we richting Cap de la Chèvre en konden de prachtige kust van iets dichterbij bewonderen. Het weer verslechterde echter,wisselvallig als het was en grote wolkenmassa’s met de nodige regenbuien teisterden onze trip.
Als beloning kregen we wel verschillende keren prachtige regenbogen te zien en zo lagen les “Tas de Pois” en la “Pointe de Menhir” in een adembenemend decor van zware luchten en stukken blauw en,en ..ik hoop dat de foto’s het beter kunnen zeggen. Zet u maar al schrap voor de presentatieavond.
Vakantie duidelijk afgelopen
Rond 20.00 liepen we Camaret binnen. Het haventje ademde langzaam in een sfeer van kalmte en rust . Aan de steigers liggen amper een tiental bezoekende boten. Wat een verschil met de maand juli!
Bij het opstaan ’s anderendaags zag ik twee grote driemasters aangemeerd liggen. Het meisje van de jachthaven dat het havengeld kwam innen vertelde me dat het schoolschepen waren van de Franse marine. Iets over de negenen gooiden we alweer los en vertrokken richting le “Chenal du Four”, weer zo’n engte waar je danig moet rekening houden met de stroming en net op tijd kwamen we eraan,na eerst een tweetal boten te hebben ingehaald. Stoefeurrrr.
De wind viel echter weg eens in ’t zicht van Ouessant en dan werd er weer naar hartelust gemotord. Gelukkig maar voor een uurtje. Er hing onweer in de lucht en dat is echt geen pretje op zee. Stel dat de bliksem van kwaaie wil is kan het je apparatuur ernstig schaden en dan.. Ik dus wel erg opgelucht van tijdig L’Aber Vrac’h binnen te lopen samen met de anderen.
En de volgende dag maar weer verder. ’t Is precies of Kumbi riekt z’n stal,hoewel nog flink ver weg.
De zwervende zeilster slaat de vleugels uit
Het weer was prima, op zee toch, de wolken bleven over het land hangen maar wij zaten in de zon. Met de wind vanachter is wel een mooi gezegde maar in praktijk met de deining in acht genomen toch niet zo makkelijk. We hebben toch de spinnaker gehesen en de bulletalie gebruikt zodat het grootzeil niet abruupt naar de andere kant zou vliegen. In vaktermen een klapgijp en dit kan in extreem geval tot mastbreuk leiden, niet aan te raden dus. In de baai van Lannion varen we naar Locquirec waar je aan een corps mort (boeitje) kunt liggen zodat je niet de tij moet afwachten om verder gaan.
We waren er moederziel alleen. Er lagen nog wel enkele boten maar onbemand. Buiten het toch nogal heftig wiegen en schommelen was het er wel heel mooi en aangenaam. Een prachtige zonsondergang en dito opgang de volgende morgen en ’s nachts een schitterende sterrenhemel leverden voor een unieke sfeer.
En ja, de volgende morgen weer verder,naar Lézardrieux, m’n eerste Bretoense haven van haast twee maanden geleden. Nog steeds met achterlijke wind maar deze keer heb ik de genua uitgeboomd en het grootzeil weer gezekerd met de bulletalie en zo leek Kumbi wel een hele grote witte vlinder die over het water “vloog” met een gemiddelde van 6 knopen (6 mijl per uur).
De motor kookt
De aanloop van de rivier de Trieux was niet zo makkelijk onder zeil, vooral omdat de stroming er heel sterk doorlipe. Ik startte de motor voor de veiligheid maar na enkele minuten ging het mis.
Een indringend gepiep en tot mijn grote schrik ging het alarm van de temperatuur af. Een overhitte motor is de voorbode van een verbrande en dus geblokkeerde motor.
Onmiddellijk contact af. Ik hoefde in deze penibele situatie niet lang na te denken en zond vrij snel een “PAN PAN” uit over de VHF (boordradio).
De operatoren van de “Cross Corsen” antwoorden geroutineerd dat ze me onmiddellijk bijstand ging sturen. Ik zeilde ondertussen met bang hartje verder de rivier op in de hoop dat de wind die toch al erg scherp van voren inkwam me niet in de steek liet. Een 20tal minuten later kwam de SNSM aangevaren die me uit de netelige situatie redde en me naar Lézardrieux sleepte. Daar lieten ze me achter op een “ponton flottant” en kon ik aan reparatie beginnen denken.
Vriendschap als je het nodig hebt
De impeller is overleden. Dat rubberen schoepradje trekt koud koelwater de motor in en verhindert dat de motor oververhit. Ik krijg het wel voor mekaar maar moet enkele slangen verwijderen door de spanklemmen los te wrikken. Als alles er weer opstaat, blijft het toch een beetje lekken. Darn! Toch kan ik de volgende dag doorvaren naar St.Quay Portrieux. De vrienden van de Mahé, Tony en Marie-Hélène demonstreren een portie authentieke gastvrijheid. Daar zijn zeilersvrienden voor.
In juli leerde ik ze kennen in Trébeurden, ontmoette ze later in Le Crouesty in de Morbihan en nu dus hier, in hun thuishaven. Prompt slepen ze me mee naar hun prachtig gerenoveerde Bretoense hoeve. Hier staat een echt bed,een stromende douche en functionele wasmachine
klaar. Wat wil een zeiler nog meer? Maar vooral de warmte van echte vriendschap doet nog het meeste deugd.
En vanmorgen, na nog een mooie trip in de omgeving brengen ze me terug naar boord en namen we afscheid. Op de steiger lag er nog een Belg, Pierre, uit Brussel zo te horen, en die hielp me om de darmklemmen beter aan te draaien met een superschroevendraaier. Toch blijft het op één plek steeds en ook meer lekken telkens als de motor draait, zelfs met nieuwe slangklemmen.
Eerst hulp bij motorpech
En nu zit de moed me een beetje in de schoenen.. de wet van Murphy? Ik zal moeten wachten tot maandag om iemand van Nanni-diesel te laten komen. Gelukkig zou er hier een werf zijn die dit merk vertegenwoordigt. En nu zeker op hoop van zegen dat het goed komt want ik wil toch graag vóór Kerstmis thuis zijn.
Tot zover dan maar weer. Ik houd jullie op de hoogte. Tot de volgende enne…duimen jullie een beetje mee alsjeblieft?
Bij leven en welzijn, gegroet allen,
Chris Kumbi
|